U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

 

Voorkomen wereldwijd

In het broedseizoen:
heel Europa en Noord-Azië, het uiterste noorden, IJsland, Ierland, Noord Scandinavië.
Niet in Noord Rusland en vrijwel niet in Noorwegen.
In het zuiden broedt de boomvalk in het topje van Noord-Afrika en in gebieden langs de kuststrook tussen Turkije en Egypte (o.a.Israël).
In Noord-Amerika is hij slechts enkele keren waargenomen, als pure dwaalgast.

In de winterkwartieren:
in grote delen van zuidelijk Afrika (zie hiervoor het hoofdstuk “Trek/winterkwartier”).
De oostelijke populatie overwintert in India.

 

boomvalk verspreidingskaart

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De ondersoort, de Chinese boomvalk (Falco subbuteo streichi):
China en noordelijk Indochina.
Deze soort is een standvogel; zie het groene gedeelte op het bovenstaande kaartje.


Landschapsvoorkeur

De boomvalk heeft een voorkeur voor halfopen landschapstypen (dus landschappen waar bossen afgewisseld worden met open plekken).
Ook de aanwezigheid van waterpartijen lijkt belangrijk (in sommige streken zijn waterpartijen de kraamkamer voor insectensoorten waar de boomvalk op foerageert, zoals libellen).
Kortom: een landschapstype dat vogelsoorten aantrekt, waarop boomvalken jagen (akkervogels, mussen, spreeuwen, gierzwaluwen) en dat hem ook gelegenheid geeft om te nestelen op een veilige plaats. Het landschap moet daarnaast voldoende insecten bieden.

De boomvalk komt ook voor in desolate oorden van enorme grootte, waar vogels niet intensief gemonitord worden. Denk aan landen als Azerbeidzjan, of Irak. Precieze aantallen over het voorkomen van de boomvalk daar zijn niet bekend. Maar uit losse waarnemingen of uit prooionderzoek bij andere roofvogels (boomvalken aangetroffen als prooi) blijkt dat boomvalken ook daar voorkomen, vaak in rivierdalen, maar soms ook in de bergen of hoogvlaktes.

Voorkomen in Nederland en hoe doet de soort het? 

Boomvalken zijn schaarse broedvogels. Hieronder een landelijk overzicht van broedparen.

Buizerd

8000-10000

1995-1999  

Torenvalk

5000

heden

Sperwer

4000-5000

2009

Havik

1800-2000

1998

Bruine kiekendief

1100-1250

2009

Wespendief

560-600

2009

Boomvalk

500-750(*)

2000-2005

Blauwe kiekendief

50

2009

Grauwe kiekendief

25-40

2009

Slechtvalk

25

2009

Zeearend

1

2006

 (bron: Handboek Vogels van Nederland/ KNNV uitgeverij). Waar ik 2009 noem, noemt het boek geen periode en hanteer ik het uitgiftejaar van het boek) 

(*) Fiuczynski/Sömmer, 2011: 750-100 paar. 


Of het totale aantal boomvalken in Nederland afneemt, is niet te zeggen. De vogel is in de oorspronkelijke leefgebieden, de hoge zandgronden en naaldbosgebieden van bijvoorbeeld De Veluwe in aantal afgenomen. In andere delen van Nederland verschijnt hij juist weer vaker.

Het is moeilijk om de totale aantallen betrouwbaar te schatten, omdat de boomvalken in de nieuwe gebieden moeilijk te vinden zijn. Dit komt niet alleen door de uitgestrektheid en de gevarieerdheid van het nieuwe gebied, maar ook doordat de boomvalken zich steeds stiller en onopvallender zijn gaan gedragen. 

Sovon, rapport 2012-01 (Broedvogels in Nederland 2010). 

Hierin wordt de boomvalk genoemd als een van de verliezers die sinds 1990 een neergaande trend vertonen. Zijn voorkomen als kwetsbaar op de Rode lijst lijkt terecht en zou uiteindelijk kunnen leiden tot degraderen naar een status met hogere gevoeligheid.  

Trends en broedresultaten van roofvogels in Nederland 2012; Rob G. Bijlsma.(De Takkeling,  jaargang 21 (2013), nummer 1).

De schrijver waagt het om een aangenomen neergaande trend te nuanceren, met:
'er is een indicatie, maar we weten het eigenlijk niet'.
Ik citeer uit zijn hierboven bedoelde rapport: 

Hoeveel boomvalken zou Nederland nog tellen? Die vraag wordt steeds relevanter naarmate het moeilijker wordt om nesten te vinden, dat laatste vast en zeker indicatief voor een afnemende stand naast veranderend gedrag (stiller op de broedplaatsen en dus lastiger te vinden).
... in de meeste provincies weten de verzamelde roofvogelaars zelfs nog geen 10 nesten bij elkaar te sprokkelen...

In zijn boek “Mijn Roofvogels” (blz. 179 en verder) wijdt Rob Bijlsma nog een belangrijk stuk aan de boomvalk en in het bijzonder aan de toegenomen moeilijkheden om nesten te traceren. Hij beschrijft de tendens dat boomvalken de voorbije decennia hun traditionele habitat lijken te hebben verlaten (bos en heide) en met het verstrijken van de jaren steeds vaker zijn gaan opduiken in de lage (open) landen, vaak in masten. Het gevolg van het broeden in deze open gebieden is kennelijk dat de vogels beseffen dat het zaak is om niet al te veel op te vallen (lees: stil te zijn). Zo kan het voorkomen dat zelfs ervaren roofvogelaars flink aan de bak moeten om nesten van boomvalken te vinden. Ik citeer: 

'Zelfs vijf uur op een potentiële plek doorbrengen kan onvoldoende zijn om een kik van een boomvalk te scoren, een kik die wel nodig is om een nest op te sporen'.  

Bijlsma trekt de vergelijking met het verleden, waarin hij:
'aan een uurtje bosbessen plukken voldoende had om een boomvalknest op grond van geluid te traceren'.

Conclusie: er is een indicatie dat het niet goed gaat, maar eigenlijk weten we het niet. Een gerichte en intensieve zoekactie zou nodig zijn, ook in niet voor de hand liggende gebieden, zoals langs sportvelden en op industrieterreinen.

Oorspronkelijke habitat boomvalk, Kampina

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Twee boomvalken (zoekplaatje) in een oorspronkelijke habitat van de Nederlandse boomvalk: heide, bosrand, vennen. Kampina 2012


Spijkenisse en Voorne-Putten

De citaten hierboven zijn voor mij herkenbaar. Zelfs met de wetenschap dat boomvalken tientallen jaren achtereen naar hetzelfde gebied terugkomen, kost het elk jaar veel moeite om een nest te vinden, alleen al rond Spijkenisse. Laat staan op heel Voorne-Putten,  want zie in je eentje maar eens een gebied van 25 vierkante kilometer uit te kammen (alle hoogspanningsmasten, alle populierenrijen, alle bosjes, parken, houtopstanden, boerenerven en solitaire bomen zouden geschikt kunnen zijn).

Of zitten er eenvoudigweg niet zo veel boomvalken op Voorne-Putten?
Jaarlijks worden er maar weinig meldingen gedaan (waarbij ik ook "Waarneming.nl" doorzoek) ondanks het feit dat het eiland genoeg bekwame vogelaars heeft die een boomvalk zouden moeten herkennen. Het feit dat er weinig gemeld worden, zou dus een aanwijzing kunnen zijn voor het schaars zijn van boomvalken op Voorne-Putten. Boomvalken zijn echter moeilijk vindbaar, dus niet gevonden betekent niet dat ze er niet zijn. Alleen al rond Spijkenisse zijn er drie territoria. Zou ik dit getal toepassen op de andere gebieden rond grotere  steden van Voorne Putten (Hellevoetsluis, Brielle, West-Voorne). Dan zouden wij zomaar op 12 territoria komen.
Maar "zouden" is een mooi woord; zeker weten doen we het niet.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 De tegenwoordige habitat, met stalen nestbomen, zie ook onderstaande foto.



Cookie-beleid

Deze site maakt gebruik van cookies om informatie op uw computer op te slaan.

Gaat u akkoord?