U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

Paarvorming, balts en voortplanting

Terugkomst uit Afrika en paarvorming
De boomvalken komen eind april/begin mei weer in Nederland aan. Mannetjes en vrouwtjes trekken gescheiden. De mannen komen het eerste aan. Koppels die het jaar daarvoor een territorium hebben gehad, komen terug naar hetzelfde gebied. Als het mannetje in het jaar daarvoor al gepaard was, dan wacht hij tot zijn vrouwtje er ook is. Boomvalken zijn namelijk levenslang monogaam, tenzij een van de twee eerder overlijdt.

Van de boomvalken die in het jaar daarvoor geboren zijn, keren de overlevende mannetjes meestal ook terug naar het gebied van hun geboorte. Bekendheid met het gebied vergroot de overlevingskansen voor de jonge mannetjes en in de volgende jaren ook dat van hun vrouwtjes en jongen. Dit omdat de mannetjes het meeste jagen voor hun rekening nemen in het broedseizoen. Door kennis van het gebied weten ze waar dat het beste kan, waar gevaarlijke obstakels zijn en waar vijanden verwacht kunnen worden.  

Jonge, niet gepaarde vrouwtjes komen meestal niet terug naar hun eigen gebied. Reden hiervan is waarschijnlijk het voorkomen van inteelt. 


twee baltsende boomvalken donderjagen

Twee donderjagende boomvalken tijdens de balts rond hun toekomstige nestmast. Spijkenisse, 2014

 

Geslachtsrijpheid
Eenjarige boomvalken zijn nog niet geslachtsrijp. Mannetjes die in het jaar daarvoor geboren zijn, zullen bij terugkeer in het territorium geen koppel met een vrouwtje vormen. Zij zwerven rond in het gebied en houden zich soms op in de buurt van het nest van broedende boomvalken. Soms helpen zij daar zelfs met het aanbrengen van prooien.
Eenjarige vrouwtjes zijn ook niet geslachtsrijp, maar soms wel gepaard met een ouder mannetje. In dat eerste jaar wordt zelden nageslacht geproduceerd.

Tweejarige vogels zijn meestal gepaard en ook geslachtsrijp. Dat wil niet altijd zeggen dat ze succesvol broeden, want er moet natuurlijk wel een territorium vrij zijn.   

Balts
Mannetjes die in het voorjaar bij het territorium aankomen, beginnen dit meteen af te bakenen met geroep en opzichtig vlieggedrag. Ook als het vrouwtje er nog niet is. Als het vrouwtje er is moet het mannetje haar elk jaar weer versieren, haar in de stemming brengen om met hem te willen copuleren. Dus ook als hij al jaren een koppel met haar vormt. Dit baltsen gebeurt in de weken voor de daadwerkelijke eileg en enige tijd daarna.

Het mannetje vestigt de aandacht op zich met indrukwekkende baltsvluchten, waarbij hij opgewonden roept. Soms vliegt hij in razendsnelle verticale golfbewegingen: steil omhoog, steil naar beneden en dan weer omhoog (pendelen).
Op andere momenten vliegt zij met hem mee, waarbij de twee echtelieden in de lucht de klauwen naar elkaar uitslaan; als een schijn-prooioverdracht (zie ook het hoofdstuk ‘prooioverdracht’). 

Baltsvoederen.

Het mannetje gebruikt prooien om in het gevlei te komen. Na het vangen van de prooi prepareert hij deze op een van zijn vaste plukplaatsen. Hij verwijdert de meeste veren en meestal ook de kop. Wanneer hij daarmee klaar is, begint hij te roepen. Dan vliegt hij op, met de prooi in zijn klauwen. Hij vliegt naar een plek in de buurt van het vrouwtje. Daar neemt hij de prooi in de uiterste punt van de snavel en blijft naar voren gebogen zitten. In deze houding toont hij rode broekveren aan zijn vrouwtje. Daarmee is een functie van de rode kleur van de onderstaartveren verklaard (adverteren, door mij ook flashing genoemd).

Het mannetje roept bij dit alles voortdurend. Niet lang daarna komt het vrouwtje aangevlogen, ook roepend. Zij landt naast het mannetje en pakt met haar snavel de prooi van hem over. Soms blijft zij enige tijd naast hem zitten, maar meestal vliegt zij met de prooi weg naar een andere plaats, waar zij de prooi verder plukt en opeet. De overdrachtroep van het mannetje, een ijl 'wiee-wiee-wiee', gaat na de overdracht over in zijn contactroep, een herhaald pit-pit.

Hieronder een serie foto's van zo'n balts-overdracht. Op de eerste foto is het tonen van de broekveren duidelijk te zien.


flashing prooioverdracht op mast

flashing prooioverdracht op mast 2

flashing prooioverdracht op mast 3

Een prooitje wordt in het puntje van de bek aangeboden op een vast object, waarna het vrouwtje deze met haar snavel overneemt: baltsvoederen

 

Tijdens de balts draagt het mannetje de prooien meestal over op een vast object, dus niet in de lucht. Dat kan een tak zijn of een balk van een hoogspanningsmast of de grond. Ook gebeurt het wel op een nest. Dit zal niet altijd het nest zijn waarop uiteindelijk zal worden gebroed. Boomvalken maken namelijk gebruik van zogenaamde speelnesten, waarvan het vrouwtje er een uitkiest.

Het brengen van prooien heeft in dit stadium een dubbelfunctie.
1. het hierboven beschreven baltsvoederen.
2. het dient om het vrouwtje op te vetten (vet te mesten), zodat zij over enkele weken eieren kan produceren en deze vervolgens een dikke 4 weken bijna onafgebroken kan uitbroeden. In deze periode jaagt zij zelden zelf.

Na het opeten van de prooi en het daaropvolgende poetsritueel volgt soms een copulatie. Vaak wordt dit voorafgegaan door ander baltsgedrag van het mannetje: hoog-potig staan, omhoog kijken, de kop naar achteren knikken, de nek rekken.

Copulatie
Al die hofmakerij leidt uiteindelijk tot het gewenste resultaat, namelijk het hebben van geslachtsverkeer, waardoor de zaadcellen van het mannetje de eieren van het vrouwtje kunnen bevruchten (copuleren). 

Boomvalkmannen hebben geen penis, maar een cloaca, net als het vrouwtje. Dat is een gecombineerde lichaamsopening die gebruikt wordt voor het afscheiden van afvalstoffen (ontlasten), voor het leggen van eieren (vrouw) en het overbrengen van zaadcellen (man) naar de eileiders van de vrouw. Hierbij moet het mannetje zich zo op het vrouwtje manoeuvreren, dat hij zijn cloaca tegen die van haar kan drukken.  

Voor de gang van zaken bij de copulatie verwijs ik naar de onderstaande citaten uit mijn logboek van 2014.

4-5-2014              11.30-16.30 wisselend bewolkt, frisse wind uit Noordwest. Kopstrekken en copulatie.  

 

"Er gebeurt een uur niets. Af en toe bedelroept het vrouwtje. Dan hoor ik de pit-pit-roep van het mannetje. Hij zit zich te poetsen en krabt zich een paar keer, door met de linkerpoot snel langs de wang te gaan. Opeens zie ik dat het mannetje de kop herhaald achterover knikt en als het ware rekkend omhoog kijkt. Dat gaat een paar minuten zo door. Opeens vliegt het mannetje op, maakt een kort bochtje en landt op de rug van het vrouwtje. Roeiend met de vleugels copuleert het mannetje met zijn vrouw, die zachtjes lahnt; duur zo’n 10 seconden". 

18-6-2014            15.15-17.15        Bewolkt met af en toe zon, zwakke wind uit Noord, zwoel.  

 "….. Om 16.30 dan ineens kikikikiki en een boomvalk die vanuit de bomenrij naar beneden vliegt en daarna een tweede, ook roepend, achter een kraai aan. Het bewijs is weer eens geleverd, dat het geheimschrijvers zijn, want ik was toch al weer bijna anderhalf uur ter plaatse zonder enig teken van boomvalken te hebben bespeurd. Mijn geduld wordt beloond. Eerst gaat man op paal zitten, daarna vrouw op een andere paal, en daarna zie ik dat het mannetje opvliegt en op de rug van het vrouwtje landt voor een copulatie, zwijgzaam, het vrouwtje horizontaal, het mannetje met wapperende vleugels (een prachtige serie foto’s is gemaakt),waarna man doorvliegt en later nog even een kraai achtervolgt (man bleek weer bij de nestboom te zitten, waar hij buiten mijn blikveld om weer is heen gevlogen). Vrouwtje gaat daarna uitgebreid toilet maken waarbij de veren minutieus gepoetst worden. Zij vliegt naar een antenne, nog dichter bij mij...".


le moment supreme; copulatie boomvalk

Copulatie.

Het stelt weinig voor zo’n copulatie, noch in tijd, noch in (geluids)intensiteit. Ik beschouw het als een voorrecht om er soms getuige van te zijn, omdat boomvalken niet scheutig zijn met het prijsgeven van details over hun leven.
 

Vanaf de eerste copulatie wordt regelmatig gecopuleerd, maar niet hoogfrequent. Het copuleren gaat nog door tot nadat de eieren zijn gelegd. Een keer heb ik gezien dat het nog gebeurde 3 weken nadat het laatste ei gelegd was (zij het zeer kort).

Eileg 
Met het copuleren is de bereidheid van het vrouwtje om eieren te gaan leggen bezegeld. Door het copuleren worden haar eieren daadwerkelijk bevrucht en gelegd. Het vrouwtje begint niet fulltime met broeden, maar wacht  tot alle eieren zijn gelegd. Een legsel bedraagt gemiddeld 3 eieren (1, 2, 3 en zelden 4). Om de andere dag wordt een nieuw ei gelegd. Naarmate er meer eieren gelegd zijn, neemt de tijd die het vrouwtje broedt toe. Dit doet zij om te proberen om de jongen zo kort mogelijk na elkaar te laten uitkomen, bij voorkeur korter na elkaar dan de tijd die zat tussen het leggen van de eieren.

Als het legsel compleet is, komt zij vrijwel niet meer van het nest, behalve om even te verzitten, een snelle hap te scoren in de vorm van een voorbijvliegend insect of een af te roven muis van een torenvalk (zie 'Prooisoorten'). Ook komt ze van het nest om een prooi van het mannetje over te nemen en op te eten.  

Broeden 
Alleen het vrouwtje broedt. Het mannetje niet, ook niet eventjes als het vrouwtje weg is om te eten (torenvalken doen dit wel).
In de daadwerkelijke broedtijd komt het mannetje niet in de buurt van het nest.

Uitkomen eieren en nestjongenfase 
Gemiddeld na 29 dagen komen de eerste eieren uit. In het begin worden de uitgekomen jongen nog warm gehouden of juist tegen de hitte van de zon beschermd. Dit doet het vrouwtje door op de jongen te zitten of hen af te schermen met haar vleugels. Aan de jongen in het nest is soms een ontwikkelingsverschil te zien, omdat ze niet alle tegelijk uitgekomen zijn. Vooral tussen het eerste en het laatste uitgekomen jong kan dat verschil goed opvallen.


Nestjong in mast

Een filmframe van jonge boomvalken nog bijna volledig in het dons maar al wel met beginnende verengroei,
vlekkerig bruin en donkere oogmaskertjes (gefilmd door de telescoop op ongeveer 300 m afstand), Spijkenisse 2014

Na ongeveer 30 dagen, in welke periode de jonge valken hun lichtgrijze donzen kleed geleidelijk verruilen voor een bruin gevlekt verenkleed, klimmen de jongen op eigen kracht het nest uit. In de dagen voordat het zo ver was, hebben zij uitvoerig vleugeloefeningen gedaan. Want als jonge boomvalken uit het nest klimmen, kunnen ze ook al fladderen.
De oudste gaan eerst. Het allerjongste blijft vaak nog een paar dagen langer op het nest en wordt daar nog gevoerd.

Voederen
In het begin, pakweg de eerste 20 dagen na uitkomen, worden de jongen nog gevoerd door het vrouwtje. Zij scheurt flintertjes vlees van de prooi en stopt die kleine hapjes in de gretig opengesperde jongevalken-bekjes.
Met het groter worden van de jongen worden ook de brokken vlees groter en moeilijker van vorm. Harde stukken prooi, zoals pootjes en veren worden in hun geheel doorgeslikt. Die gaan niet altijd even vloeiend naar binnen, maar het lukt uiteindelijk wel; op zo'n moment blijkt dat er naast de meestal zichtbare snavelpunt een mondplooi van formaat zit. 

Na een dag of 20 laat het vrouwtje de prooi achter op het nest. Eraan voorafgaand roept zij een luid en snel herhaald wie-wie-wie. De jongen kijken op dat moment nieuwsgierig en verwachtingsvol naar haar uit. Dan landt zij op de nestrand, legt de prooi neer, kijkt enkele seconden om zich heen en vliegt er weer af. Vaak landt zij niet ver van het nest op een post om daar verder te gaan met haar geroep. Tegelijkertijd klinkt meestal ook ergens in de buurt van het nest het pit-pit van het mannetje.

De jongen storten zich enthousiast op de prooi om hem samen te verscheuren en op te eten. Zij proberen ieder aan hun trekken te komen (wat vaak letterlijk op trekken aankomt). Hoewel ze krachtig aan een prooi kunnen trekken en soms een verkregen deel mantelend afschermen, zijn ze jegens elkaar nooit agressief. Dit mantelen is overigens niet altijd effectief, want soms duikt een broer of zus onder de omhoog gehouden vleugels door en grist zo toch de buit onder de ander weg. 
In dit stadium treedt het vrouwtje soms nog corrigerend op met een aparte voedering aan het jongste en kleinste jong, zodat ook dat voldoende voedsel binnenkrijgt. 

In deze periode, dus als de jongen al wat ouder zijn, brengt het mannetje soms (maar veel minder vaak dan het vrouwtje) een prooi naar het nest. Hij beperkt zich tot het brengen van de prooi. Voor zover mij bekend (en nooit door mij waargenomen) voert het mannetje de jongen niet.


boomvalk nestjong al bijna bevederd

Nestjong boomvalk bijna uitgevlogen

Twee digiscoopfoto's van al oudere nestjongen. Het jong op de onderste foto was twee dagen later uitgevlogen

Aan het takkelingenstadium (tijd nadat jongen het nest verlaten hebben) is een aparte pagina gewijd.


Na-Balts (balts nadat de jongen zijn uitgekomen en/of uitgevlogen)

Vanaf het moment dat het vrouwtje op het nest zit, leeft het boomvalkenpaar volgens een tamelijk strikte rolverdeling, waarbij er van gezamenlijkheid weinig sprake is. Zij broedt, hij jaagt. Zij komen elkaar tegen bij de prooioverdracht, maar daarna doen zij ieder weer hun ding. Het mannetje komt zelden in de buurt van het nest als het vrouwtje broedt.

Zijn de jongen eenmaal uit het ei, dan lijkt het wel of het mannetje dat wil vieren. In deze periode zien wij hem namelijk weer baltsvluchten maken (rondjes vliegen rond de nestplaats, opschroeven en steil duiken, schokschouderen in de vlucht, vliegen in horizontale s-bochten of op en neer pendelen). Soms voegt het vrouwtje zich bij hem en maken zij samen capriolen.

Soms (maar nog steeds niet vaak) komt het mannetje nu even bij het nest kijken, staat op de rand ervan, blijft even zitten en vliegt door.

Naarmate de nestjongen ouder worden en niet meer heel de tijd beschut en warm gehouden hoeven te worden, neemt het vrouwtje ook weer deel aan de vogeljacht. Soms in haar eentje, maar regelmatig ook samen met haar man.

Uit mijn observatieverslag van 2019:

"02-08-2019, 08.20 uur. Op het nest zit een jong van ongeveer 10 dagen oud.

De twee adulten zijn samen op de wieken gegaan. Zij verschijnen bij de nestbomenrij en daar ontspint zich een razendsnelle, gezamenlijke jachtpartij, waarbij een gierzwaluw het beoogde slachtoffer is. Beide valken schieten er bij toerbeurt op af en erachteraan. Nu weer in de lucht boven de bomen, dan weer kriskras-flitsflats tussen de bomen door, waar de zwaluw vlucht voor zijn leven. Spektakel van jewelste! Zij slagen er niet in de zwaluw te grijpen, hoewel het een paar keer maar een haartje scheelt."

 

 

Een van de boomvalken tijdens de gezamenlijke jacht. Voorne-Putten 2019 Een van de boomvalken tijdens de gezamenlijke jacht. Voorne-Putten 2019

Cookie-beleid

Deze site maakt gebruik van cookies om informatie op uw computer op te slaan.

Gaat u akkoord?