Wat eet de boomvalk?

Vogels
Het hoofdvoedsel van de boomvalk tijdens het verblijf in Nederland bestaat uit vlees, voornamelijk van vogels. Het aanbod van grote insecten is in het gematigde Nederland niet groot genoeg om als hoofdvoedsel te dienen. Pas in de warme maanden, augustus en september, zijn er wel veel grote insecten, maar dan nog steeds halen de valken de meeste energie uit vogelvlees. Dit geldt zeker bij terugkomst uit Afrika, tijdens het broeden en bij het voeren van de jongen. in de weken voordat de eieren gelegd worden brengt het mannetje vrijwel alleen vlees naar het vrouwtje, om haar van voldoende proteïnen te voorzien voor de wekenlange zit op de eieren (opvetten).
boomvalk met vogelvrouw

roepend nadert het vrouwtje met een onthoofd vogeltje in een klauw

Insecten

Libellen, maar ook juffers, kevers, langpootmuggen, vliegen, vliegende mieren en dag- en nachtvlinders verdwijnen in boomvalkenmagen. En daarbovenop alles wat zij in hun winterkwartieren aan insecten kunnen bemachtigen.

De adulten eten in Nederland insecten voornamelijk als tussendoortje. Behalve op dagen dat er een overvloed aan insecten is. Dan slaan ook zij hun slag. In het naseizoen, als de jongen uit het ei zijn, vangen de oudervogels vaker insecten, ook om de jongen mee te voeren, eerst op het nest, later in de vlucht. Meerdere malen per dag worden de jongen echter bijgevoerd met vlees van vooral vogels en incidenteel muizen of vleermuizen. Vlees levert immers de meeste energie.

De uitgevlogen jongen leren vrijwel meteen na uitvliegen om ook op insecten te jagen. Bij hoge uitzondering vangt een jonge boomvalk zelfstandig een (jonge) vogel. Naar de huidige stand van de wetenschap zijn dat echt incidenten.

In de eerste weken van mei, als de boomvalken uit de winterkwartieren terug zijn, kun je grote groepen boomvalken op insecten zien jagen. Ook in het najaar, wat in dat geval hele gezinnen betreft, soms samen met rondzwervende boomvalken zonder territorium, meest vogels die het vorige jaar ter wereld kwamen.

Door het vangen van insecten oefenen de jonge vogels hun oog-klauwcoördinatie, waarmee zij uiteindelijk in staat moeten zijn om tijdens de trek hun eigen kostje bij elkaar te vangen.

In droge en warme landen, waar jaarrond meer grote insecten aanwezig zijn, foerageren boomvalken veel meer en vaker op insecten dan in Nederland.

Arjen de Haan (Drenthe) vond in 2017 tussen prooiresten delen van twee nachtvlinders. Dat boomvalken in de late schemering ook op vleermuizen of trekvogels jagen is bekend. Dat ook nachtelijk vliegende insecten worden gevangen, wekt daarom geen verbazing.

jonge boomvalk vangt vlinder

Jonge boomvalk vangt vlinder

jonge boomvalk met gevangen atalanta

met een beetje goed kijken zien we een atalanta in de klauwen van deze jonge boomvalk

Insecten tijdens de trek

Niet alleen vogels trekken, maar ook insecten. Het gaat om soms enorme zwermen libellen en vlindersoorten, die vaak op grote hoogte meetrekken. Nog bij de broedplaatsen kunnen wij boomvalken in de nazomer vaak op grote hoogte van deze vliegende provisiekast zien profiteren, maar natuurlijk doen zij dat ook tijdens de trek.

Insecten als hoofdvoedsel in Afrika

In de Afrikaanse winterkwartieren bestaat het voedsel hoofdzakelijk uit grote insecten, zoals sprinkhanen, grote kevers, vlinders en libellen. Precies in de periode dat de boomvalken in Afrika overwinteren, komen daar ook grote termietenzwermen voor, waar de boomvalken van profiteren. Boomvalken worden dan soms in grote groepen gezien (tientallen), samen met andere insectenetende valken, zoals de Afrikaanse boomvalk.

Vleermuizen

Ook tegen of in het donker jagen boomvalken. Op dit tijdstip vangen ze gierzwaluwen, die vliegend op grote hoogte slapen, of nachtelijk trekkende zangvogels of vogels die zich massaal verzamelen bij slaapplaatsen, zoals boerenzwaluwen in het riet, en insecten. Maar ook vleermuizen staan op het menu. Op of bij boomvalknesten worden dan ook regelmatig vleermuisresten gevonden.

Muizen

Zoals op de pagina 'jacht' besproken bij ‘kleptoparasitisme’ en ‘bidden’.

Reptielen

In sommige landen vormen reptielen, zoals hagedissen het voornaamste aandeel in de prooien. In Nederland is dat uiteraard niet aan de orde.

Prooigrootte/gewicht

Het is niet eenvoudig om prooiresten van boomvalken te verzamelen. Bij andere roofvogelsoorten zijn op en onder het nest prooiresten te vinden. Niet bij boomvalken. Zij plukken hun prooi op een hoge post, in boom of mast, zodat identificeerbare vogeldelen (veren) wegwaaien. Hun braakballen zijn klein en bevatten bijna uitsluitend resten van insecten. Vleermuisresten zijn soms wel in het nest aanwezig.

dwarrelend prooiveertje gierzwaluw

neerdwarrelende handpen van een geplukte gierzwaluw

De grootte/ het gewicht van de prooien loopt uiteen van klein (formaat pimpelmees) tot middelgroot (lijster, grote bonte specht). Er zijn zelfs meldingen van houtsnip en Turkse tortel en zelfs is wel eens een jonge sperwer in de klauwen van een boomvalk gezien. Arjen de Haan, een ervaren vogelaar en boomvalkenspotter uit Drenthe zag in 2015 een boomvalk met een kievit in de klauwen. Het komt dus voor, grote prooien, maar wel als uitzondering.

Mijn eigen veelvuldige waarnemingen betreffen spreeuw, (gier)zwaluw, koolmees, pimpelmees, huismus, grasparkiet, putter en veel ondefinieerbaar vanwege de afstand (maar altijd kleiner dan spreeuw).

boomvalk met gierzwaluw

hier is de prooi overduidelijk een gierzwaluw

boomvalk met gevangen grasparkiet

en hier een grasparkiet...

Zonder twijfel heeft een boomvalk op volle snelheid de stootkracht om een grote prooi te slaan, maar toch zullen ze bij voorkeur kleinere prooien vangen. Boomvalken doden hun prooi nadat die gepakt is met een beet van de snavel in achterhoofd of nekwervel van hun prooi, meestal in de vlucht. Speciaal voor dit doel heeft een valkensnavel halverwege een scherpe verdikking, de valkentand. Dit in tegenstelling tot havik en sperwer, die lange nagels hebben en hun prooi langzaam dood knijpen, zittend op de grond.
Tijdens het willen doodbijten van een te grote prooivogel, die in de lucht spartelt en snavelhakt, zou een boomvalk makkelijk verwond of beschadigd kunnen raken. Daarbij kost het veel energie om zo’n grote prooi te controleren, te doden en te vervoeren.

Omdat boomvalken meestal in de open ruimte jagen, zijn hun prooivogels meestal ook vogels van de open ruimte (tijdens de vogeltrek komen daar ook soorten voor die normaal in de beschutting blijven, zodat ook bijvoorbeeld een heggenmus wel eens gepakt wordt).

Bij voorkeur pakt de boomvalk jonge vogels. Die zijn nog niet zo behendig in wegvluchten en ontberen de ervaring om op tijd gevaar te detecteren. Boomvalken zijn echter zo snel en wendbaar dat zij ook volwassen vogels te vlug af kunnen zijn. Zie in dit verband ook het paragraaf over jachttechnieken. Daar staan ook de vliegsnelheden die bereikt kunnen worden.

Voorraadkamers/ food caching

Boomvalken (en sommige andere roofvogels) verstoppen gevangen prooien voor later gebruik.

Mogelijke verklaringen voor dit gedrag zijn:

  • De valken profiteren van momenten van overvloed. Vangen zij op een bepaalde dag snel en eenvoudig veel prooien dan bewaren zij die voor latere, schaarse tijden. Niet iedere boomvalk kan even goed jagen. Goede jagers zullen sneller prooioverschotten opbouwen dan mindere jagers.
  • Mannetjes boomvalken zijn simpelweg geprogrammeerd om met het vorderen van het broedseizoen de prooiaanvoer te verhogen om de jongen te kunnen voeden. Ook als er geen jongen blijken te zijn of erg weinig. In 2015 bijvoorbeeld was er bij een van ‘mijn’ koppels geen nageslacht (oorzaak onbekend), maar bleef het mannetje toch prooien aanvoeren.
    Een stel in 2019 stopte heel frequent prooien weg. Een van hun nestjongen was ten prooi gevallen aan kraaien en er was slechts een jong over.
  • Het weer. Uit mijn praktijk: voorafgaand aan de dag dat er veel prooien werden bewaard, regende het hard en langdurig. Op die dagen kon er niet gejaagd worden of was het aanbod aan prooivogels laag, omdat deze voor het slechte weer schuilden. Werd dit gemis met extra aanvoer gecompenseerd?

Een combinatie van al deze redenen kan ook. Zolang de techniek nog niet zo ver is dat wij de denkwereld van de boomvalk kunnen infiltreren, blijft het gissen.

foodcache voorraadkamer

een voorbeeld van zo'n 'food cache'; twee pootjes steken uit

Prooioverdrachten

Vanaf het begin van de balts tot ver na het uitvliegen van de jongen is het vooral het mannetje dat jaagt. Het vrouwtje jaagt in deze periode zelden.
Prooien die het mannetje niet zelf eet, geeft hij aan het vrouwtje. Dat wordt een prooi-overdracht genoemd.
Voordat het mannetje de prooi aan het vrouwtje overdraagt, plukt hij de meeste veren er vanaf. Ook verwijdert hij de kop, die hij met hersens en al opeet. Soms laat het mannetje de kop echter zitten en eet het vrouwtje deze en de erin liggende hersens op. Hersens hebben namelijk een bijzonder hoge voedingswaarde.

Overdracht van prooien in de baltstijd

Het brengen van prooien is naast voedselvoorziening onderdeel van de balts. Het bevordert de verbondenheid van de vogels die de rest van het broedseizoen als een goed op elkaar afgestemd paar moeten functioneren. Het mannetje gebruikt prooien om in het gevlij te komen, maar ook om het vrouwtje vast te laten aansterken om de eieren te kunnen leggen en de lange zit op de eieren te kunnen volbrengen (opvetten).

Gang van zaken bij overdracht in de baltstijd/ baltsvoedering

Als een boomvalkman een prooi gevangen heeft en daarmee komt aanvliegen vanuit het jachtgebied, brengt hij een apart zangerig geluid voort. Deze prooiaankomstroep is een ijl, maar verdragend ‘wieee-wieee-wieee’. Mensen die net als ik veel tijd bij boomvalken in het veld doorbrengen, weten bij het horen van dit geluid dat er spoedig een prooidragend mannetje in beeld zal komen en mogelijk ook het vrouwtje, dat de prooi van hem zal willen overnemen.

De overdracht zal vaak nog een aantal minuten op zich laten wachten, omdat het mannetje eerst ergens met zijn prooi neerstrijkt. Wanneer hij er klaar voor is en hij uit het gedrag van het vrouwtje denkt op te maken dat dat ook voor haar geldt, al dan niet na heen-en-weer roepen (hij ‘pit-pit-pit’, zij een ‘wiee-wiee’-achtig bedelroepen) vliegt hij op, met de prooi in zijn klauwen. Hij vliegt naar een plek in de buurt van het vrouwtje. Daar neemt hij de prooi in de uiterste punt van de snavel en blijft naar voren gebogen zitten. In deze houding toont hij rode broekveren aan zijn vrouwtje. Hij maakt een haast onderdanige indruk. Het mannetje roept bij dit alles voortdurend. Niet lang daarna komt het vrouwtje aangevlogen, ook roepend. Zij landt heel kort naast het mannetje, schuifelt naar hem toe en pakt met haar snavel de prooi van hem over. Soms landt zij niet, maar grist alleen de prooi weg, ook nu met haar bek. Soms blijft zij na de prooi te hebben gepakt nog enige tijd naast hem zitten, maar meestal vliegt zij met de prooi weg naar een andere plaats, waar zij de prooi verder plukt en opeet.

Deze manier van overdracht vindt dus plaats op een vaste post. De prooi gaat hierbij van snavel naar snavel. Zie onderstaande fotoserie van zo'n baltsvoedering.

Gang van zaken prooioverdracht buiten baltstijd

De overdracht buiten de baltstijd gebeurt in de veel gevallen in de lucht. Hoewel ik in mijn onderzieksgebied de laatste jaren de tendens waarneem dat het ook buiten de baltstijd op een vaste post gebeurt. Mogelijk omdat een overdracht in de lucht kwetsbaar maakt jegens slechtvalken, die steeds vaker ook in het broedseizoen verschijnen in de boomvalk-territoria. . Zo'n overdracht gaat namelijk met veel geluid gepaard en beide boomvalken verkeren vlak ervoor en erna in een positie van traag vliegen, afremmen en zelfs stil hangen, en zijn op dat moment uitermate kwetsbaar voor overrompeling door een slechtvalk

Meestal prepareert het mannetje de prooi al in de buurt van de plek waar hij deze gevangen heeft. Hij verwijdert de kop en bijna alle veren. Als hij met de prooi komt aanvliegen, zie je vaak niet meer dan een grijs bolletje met poten en een bloederig gat waar eerst de kop zat.

boomvalk met onthoofde prooi

man boomvalk met voorbereide prooi

Dan vliegt het mannetje roepend naar de plek waar het vrouwtje zich bevindt. Meestal gaat ook zij nu op de wieken. Het geluid dat het mannetje hierbij voortbrengt, is een ijl 'wiee-wiee-wiee'. Tijdens het aanvliegen houdt hij de prooi in de klauwen. In de vlucht brengt hij de prooi naar de snavel. Op dat moment ziet en hoort hij het roepende vrouwtje al naderen. Zij roept ook, maar luider en sneller.
Heeft het mannetje de prooi eenmaal in het puntje van zijn snavel, dan mindert hij vaart en hangt een moment praktisch stil in de lucht (haast biddend). Precies op dat moment beweegt het vrouwtje haar bovenlichaam naar achteren, ook met geheven, fladderende vleugels, waardoor zij afremt. Haar poten schieten naar voren en zij grijpt daarmee de prooi uit de snavel van het mannetje. Afhankelijk van haar eindpositie kan zij zich ook zijwaarts draaien om haar poten in de richting van de prooi te kunnen werpen.
Onderstaand een complete fotoserie van een prooioverdracht in de lucht

Bovenstaande manier van overdragen is de meest algemene. Soms echter gaat ook in de lucht de prooi van snavel naar snavel, zoals dat gebeurt op een tak of balk. En soms ook wordt ook buiten de baltstijd een prooi op een vaste post overgedragen. Hoe vaak dit gebeurt verschilt per broedpaar. Feit is wel dat een prooioverdracht in de lucht een van de spectaculairste schouwspellen rond boomvalken is.

Prooioverdracht naar de uitgevlogen jongen

Als de jongen al uitgevlogen zijn, brengt het vrouwtje de prooien naar ze toe (na deze van het mannetje te hebben overgenomen). Soms vangt zij ook zelf prooien. Moedervalk landt in de boom of mast vlakbij het jong en geeft de prooi aan dit jong. Soms scheurt zij nog stukjes van de prooi af en voert het jong. In het begin landt zij op afstand van het jong en komt dit de prooi bij zijn moeder halen, in het begin eerder waggelend dan fladderend. Als er meer jongen zijn, komen er meer naar haar toe gewaggeld.

jonge boomvalk met bloederige prooi

een jonge boomvalk eet van zijn prooi

Na een paar weken kunnen de jongen al goed genoeg vliegen om zelf de prooi in de lucht over te nemen. De hiertoe benodigde vliegkunst en oog-klauwcoördinatie hebben zij geoefend door speelvluchten en door zelfstandig op insecten te jagen. Uiteindelijk zijn zij zo behendig dat zij luid bedelend al zelf op hun vader afvliegen. In veel gevallen komt dan nog steeds ook het vrouwtje op hem toegevlogen, neemt zij de prooi over en geeft zij die aan een van de jongen. Er zit geen vaste structuur in de wijze waarop de jongen een prooi in de lucht overnemen. Zij gebruiken hiervoor de ene keer hun snavel en de andere keer hun poten.

Op onderstaande foto's draagt het mannetje een muis over aan zijn jong. De muis werd kort daarvoor gekaapt van een torenvalk.

Prooioverdracht van juvenielen onderling

Naarmate de jongen beter leren vliegen, komt het voor dat de oudere jongen ook prooien aan hun broers of zussen overdragen. Daarbij gaat het om zelf gevangen insecten. Ook de mannetjes dragen soms prooien aan hun jongen over, dus zonder tussenkomst van het vrouwtje. Dat gebeurt met insecten, maar ook met vogelprooien, in de lucht. Meestal draagt het mannetje de prooi echter eerst over aan het vrouwtje.

De onderstaande foto's tonen een adulte boomvalk die een insect aan een jong overdraagt.