Trivia

Monniken

Bij het observeren van boomvalken gaan er vele uren voorbij zonder dat er iets gebeurt. Dan ben je wel ter plaatse, maar eigenlijk niet eens boomvalken aan het observeren, omdat je ze die dag nog niet gevonden hebt. Vooral in de periode tot de eileg willen ze namelijk wel eens urenlang onvindbaar zijn. Zelfs als je zeker weet dat ze zeker op een bepaald stuk land ergens een nest zullen hebben, bijvoorbeeld in een van de vier jaar op jaar gebruikte hoogspanningsmasten.

Of ze doen alsof ze onvindbaar zijn, door zich te verstoppen in een bladerdek of achter een van de honderden hoekjes in zo'n hoogspanningsmast zonder een kik te geven. Want ook de zwijgzaamheid van de hedendaagse boomvalk maakt het een moeilijk te vinden vogel. Waarschijnlijk is dat ook precies de bedoeling van hun gebrek aan akoestisch vertoon: niet gevonden willen worden (door vijanden).

En heb je ze dan eindelijk in beeld (of slechts een), dan doen ze het grootste deel van de dag niets. Je moet wel gek zijn om dan toch te blijven zitten. Om te willen wachten op dat ene moment, die krent in de pap, dat moment van weergaloze actie, zoals een jachtvlucht of een prooioverdracht of het aanpakken van een passerende vijand. Zo’n moment waardoor je dag in een keer een gulden rand heeft. Wat zeg ik? Je week, nee, je hele jaar. Want zo werkt het bij ons, grenzeloos geduldige boomvalkgekken, monniken die vol overgave uur na uur, dag na dag naar niets willen kijken, alleen maar omdat ze weten dat als er iets gebeurt...

Niets doen?

Niets doen is een rekbaar begrip. Niets doen is ook niet het juiste woord, want een boomvalk die ogenschijnlijk niets doet, doet altijd wel iets. Waken bijvoorbeeld. Constant. Dutjes gebeuren meestal slechts met een oog dicht (het grijze knipvlies klapt omhoog, een soort ooglid, dat van onder naar boven over de oogbol schuift) en steeds slechts gedurende hooguit een halve minuut, maar meestal minder, waarna meteen weer alert word opgekeken, alle kanten uit, en naar boven en beneden. Een boomvalk mag nooit verslappen, want er zijn altijd kapers op de kust, waarvan sommige razendsnel en gluiperig stiekem, zoals de havik.

juveniel boomvalk knipvlies onderhoud veren

Juveniel met omhoogeklapt knipvlies

Onderhoud verenpak

Een andere geliefde manier van niets doen is het op orde houden van het verenpak. En reken maar dat daar heel wat uurtjes in gaan zitten. Bittere noodzaak voor een vogel wiens overlevingskans afhangt van perfect onderhouden gereedschap. En dat gereedschap is aan slijtage onderhevig, bijvoorbeeld door nestzitten of van en naar zo’n takkennest toevliegen. Maar ook bij de jacht wordt er veel van het verenpak gevraagd. En wat te denken van vleesresten die overal aan vastkleven en keihard opdrogen. En dan zijn er nog mijten, die zich graag tussen de veren nestelen.

Vandaar dus dat alle boomvalken, jong en oud, veel tijd spenderen aan het op orde houden van hun verenpak. Dat doen zij door elke veer door de snavel te halen soms meerdere keren, totdat elke veer schoon is en de baardjes weer netjes in elkaar haken. Regelmatig wordt er ook aan en naast de snavel gekrabd, worden de nagels schoon geknaagd.En daarna rekt de boomvalk zich uitgebreid uit door de vleugels opzij te steken, een beetje te fladderen, of hun poten uit te steken.

Het lijkt wel een automatisme dat ook bij het onderhoud van het verenpak het knipvlies omhoog schuift (zie bovenstaande foto), waarschijnlijk om te voorkomen dat het oog beschadigd raakt door vuildeeltjes of losrakende verendeeltjes.

Onderstaande fotoserie: krabben, rekken, strekken van een juveniel na het poetsen van het verenpak.

Andere boomvalksoorten

De wereld kent een kleine 40 valkensoorten.

Enige hiervan dragen ook de Nederlandse naam boomvalk, maar toch zijn die genetisch niet helemaal verwant. Qua uiterlijk en genetische structuur vertoont alleen de Chinese boomvalk (Falco subbuteo streichi) veel gelijkenis met 'onze' boomvalk (Falco subbuteo subbuteo). De streichi is dan ook de enige officiële subspecies. De overige slechts in enige mate. Qua formaat en gedrag veel meer, zoals jagend op vogels en insecten.

Hieronder enkele schilderingen van deze valken uit het boek Falcons of the world, van Tom J. Cade (illustraties van R. David Digby.

De naam Falco subutteo nader verklaard

Falco: - Komt waarschijnlijk van Falx (Latijn voor sikkel), naar het vaak sikkelvormige vliegbeeld van valken. Er zijn ook theoretici die denken dat het Germaanse woord Fal (grijs/ grauw) aan het woord Falco ten grondslag ligt, maar omdat niet elke valk een grijs of grauw verenkleed heeft, is dit minder waarschijnlijk.
Sub - betekent 'onder/een soort van'.
Buteo - is Latijn voor grijpvogel. Mogelijk weer afgeleid van het Latijnse woord 'butire' dat schreeuwen betekent.

Falco Subbuteo: Een sikkelvormige gillende grijpvogel.


Internationale benamingen van de boomvalk


Duits: Baumfalke
Engels: Eurasian hobby
Frans: Faucon Hobereau
Spaans: Alcotán europeo
Catalaans: Mostatxut
Italiaans: Falco lodolaio
Zweeds: Lärkfalk.
Noors: Lerkefalke
Pools: Kobuz


Verantwoording

De informatie op deze site is een samenvatting van bijna alle informatie die er over boomvalken is, inclusief die uit mijn eigen observaties. En dat is best veel informatie, terwijl de boomvalk nota bene een relatief weinig onderzochte soort is.

Over de stand van de wetenschap

Je zou het haast vergeten, maar vroegere onderzoekers hadden geen optische of andere technische hulpmiddelen. Zij deden alles met het blote oog of over de loop van hun geweer (het museum ligt nog vol geprepareerde vogelhuiden die daar het resultaat van zijn). Een enkele notabele, een onderwijzer of een politicus kon zich een eerste generatie verrekijker veroorloven. Sowieso was vogelen een bezigheid die voorbehouden was aan de notabelen. De gewone man had niets in de natuur te zoeken, behalve misschien om er zeven dagen in de week te zwoegen voor zijn boterham.

Veel van wat wij denken te weten over vogels en vogelgedrag is nog altijd gebaseerd op verslagen uit die lang vervlogen tijden (Tinbergen, Glutz von Blotzheim, etc). En deels ook terecht, want het gaat vaak om serieuze en goed gedocumenteerde studies. Maar deels ook niet, want betere hulpmiddelen en beter onderzoek leidden tot andere inzichten en leverden vaak ook volstrekt nieuwe informatie op over zaken die voorheen niet te onderzoeken waren.

Na de tweede wereldoorlog kwamen de onderzoeksmogelijkheden in een stroomversnelling met de komst van analoge fotografie, ook voor de gewone man, inclusief het gehannes met rolletjes, 100 en 400 ASA etc. Met de komst van de digitale fotografie werd het mogelijk om nog gemakkelijker en beter te fotograferen en filmen. Onbeperkt klikken, extreem dichterbij halen met mega optische zoom of kwalitatief hoogwaardige lenzen. Prima verrekijkers en telescopen en camera’s zijn de laatste pakweg 20 jaar voor elke vogelaar voor een redelijke verkrijgbaar geworden.

En nog steeds gaan de ontwikkelingen door ook met betrekking tot boomvalken.

Met DNA-onderzoek is beter komen vast te staan bij welke soortgroep de boomvalk hoort en welke soorten het meest aan de soort gerelateerd zijn en van welke prehistorische soorten ze afstammen.

Met camera’s op lange, lichtgewicht stokken kan tegenwoordig eenvoudig in nesten gekeken worden om legsels te controleren. En anders kan dat wel met wildcamera’s die 24-7 registreren wat er op zo’n nest allemaal gebeurt.

Er lopen diverse ringprojecten, onder andere met kleurringen, die in tegenstelling tot de ouderwetse metalen ringen wel in het veld zijn af te lezen. Een metalen ring was alleen afleesbaar bij een gewonde of dode vogel en dode boomvalken worden zelden gevonden. Door de kleurringen wordt steeds meer bekend over de verspreiding van boomvalken ten opzichte van hun geboorteplaats.

Andere boomvalken zijn uitgerust met minuscule zenders, waarmee de trekroutes en de reisbewegingen in de winterkwartieren bekend geworden zijn. Dit is Informatie die voorheen slechts gebaseerd werd op aannames en veronderstellingen. In 2021 werd in Nederland een onderzoek gestart met het zenderen van boomvalken om in kaart te brengen waar ze zich bewegen in het broedseizoen.

En dit alles kan digitaal verwerkt, opgeslagen en geraadpleegd worden.

Omdat de technieken zoveel verbeterd zijn, moet alle oudere literatuur altijd kritisch bekeken worden. Bot gezegd: heeft men altijd wel gezien wat met dacht te zien en heeft men dat wel goed geïnterpreteerd of aangenomen? Aannames of interpretaties van dierlijk gedrag vragen sowieso terughoudendheid zolang wij nog niet in de denkwereld van dieren binnengedrongen zijn.

En als ik, met mijn goede telescoop, verrekijker en telelens en al mijn ervaring toch nog vaak in het duister tast over ‘man?-vrouw?-adult?-juveniel?- een van het stel?- of niet?, hoe moet een vroegere waarnemer met het blote oog of een eerste generatie verrekijker dan niet geworsteld hebben met de feiten. En wat zegt dit over de wetenschap die hierop gebaseerd is?

Kortom: de huidige stand van de wetenschap is een momentopname op grond van de op dat moment bestaande technieken. Ondanks het feit dat al die onderzoekers, inclusief ikzelf, altijd naar eer, geweten en naar beste kunnen aan die wetenschap hebben bijgedragen, moet men beseffen dat die wetenschap met het verstrijken van de tijd steeds weer zal worden aangepast, veranderd, achterhaald of vernieuwd.

En zo moeten wij dus de informatie op deze site ook zien. Naar eer en geweten en naar beste kunnen en zo betrouwbaar en up-to-date mogelijk samengesteld, gebaseerd op eigen waarnemingen en op wat er op dit moment bekend is op basis van de wetenschap van nu en vroeger. Verandert er iets, dan pas ik dat aan, zo lang als mij de kracht en de energie gegeven is om dat te doen.

Ik vind het gelukkig geen straf, want voor een boomvalkgek als ik is het laaiend interessant om de ontwikkelingen bij te houden. Daar komt bij dat het een aan mij elf opgelegde taak, ik hoef het niet te doen en kan er van de ene op de andere dag mee stoppen. Misschien doe ik dat ooit ook nog wel. Maar nu nog niet. Want er valt nog zoveel te ontdekken!