Voorkomen en trek

De boomvalk is een trekvogel. In ‘ons’ deel van de wereld komt hij alleen voor in het broedseizoen (omstreeks eind april tot begin oktober). In het late najaar trekken de boomvalken weer naar het zuiden. De Chinese boomvalk, een ondersoort(Falco subbuteo streichi), komt voor in China en noordelijk Indochina. Deze soort is een standvogel.

Zie onderstaand kaartje voor het verspreidingsgebied van beide soorten. Het groene gedeelte betreft de subsoort ‘streichi’.

verspreidingsgebied boomvalk

verspreidingskaart boomvalk

Trek/winterkwartier

Noord-Europese boomvalken

De Noord-Europese vogels vliegen in een breed front over het Europese vasteland naar het zuidwesten.
Boomvalken hebben geen probleem met bergketens (sommige trekken gewoon over de Alpen heen), noch met open zee (een gezenderde valk vloog in één ruk van Zuid Frankrijk naar Algerije, wat neerkomt op 740 km oftewel 27 uur onafgebroken vliegen over de Middellandse zee). Boomvalken maken geen specifiek gebruik van voor andere roofvogels populaire, smalle oversteekpunten zoals Gibraltar en de Bosporus.

De Sahara vormt een obstakel van formaat. Veel boomvalken komen hier om van uitputting of door zandstormen. Onderzoek heeft uitgewezen dat boomvalken boven de Sahara sneller vliegen dan op de rest van hun reis en ook dat ze meer uren per dag vliegen, waarschijnlijk om hun verblijf boven de woestijn zo kort mogelijk te houden.

In de buurt van Congo komen de verschillende trekroutes bijeen in een corridor van zo’n 70 km. Door die corridor trekken zij verder zuidwaarts. De heersende theorie over de reden hiervoor, is dat hierdoor de route over onafgebroken tropisch regenwoud gehalveerd wordt tot 450-600 km. Het regenwoud vormt waarschijnlijk een ecologische barrière, wellicht omdat het er vaak onophoudelijk regent of omdat het moeilijk jagen is boven of tussen het bladerdak. De gevolgde corridor loopt door minder dicht, ontbost regenwoud (Zuid Kameroen), afgewisseld met agrarisch en bosloos gebied (Noord Congo).

Eindpunt/ winterkwartier
De ‘eindbestemming’ van de meeste Noord-Europese boomvalken is zuidelijk Afrika. Hier bestaat het landschap voornamelijk uit Miombo. Dit is halfopen, langbladig savanne-grasland met verspreid staande Miombo-bomen tussen 5 en 10 meter hoog.
De boomvalk eet hier een grote variëteit aan prooisoorten (vogels, vleermuizen, grote insecten en termietensoorten die in die periode talrijk voorkomen).
Sommige boomvalken vliegen niet helemaal door naar het zuiden, maar overwinteren in West-Afrika.

In de winterkwartieren trekken de boomvalken over grote afstanden rond. Zij doen daarbij landen aan als Namibië, Zambia, Zimbabwe, Botswana en noordelijk Zuid-Afrika, meest in de buurt van de Zambezi-rivier en het Baikiaea bosland (Rhodesische teak afgewisseld met loofstruikgewas).

trekroute boomvalken

trekroute Noord-Europese boomvalk

Centraal- en Oost-Europese/Aziatische boomvalken

Een deel hiervan trekt over Oost-Afrika naar zuidelijk Afrika, andere hebben hun winterkwartieren in India en de landen ten noorden van India. Of de in India overwinterende boomvalken ook de Indische oceaan oversteken naar oostelijk Zuid-Afrika wordt niet waarschijnlijk geacht. Zender-onderzoek naar deze trekroutes heeft voor zover bekend niet plaatsgevonden. Er zijn enkele waarnemingen van overwinterende boomvalken op de Malediven en op de Seychellen.

Enkele losse wetenswaardigheden over de trek

Eigenlijk is de boomvalk meer Afrikaan dan Europeaan. Per jaar brengt hij namelijk 55% van zijn tijd in Afrika door, 20 procent van de tijd is hij op reis en 25 procent van zijn tijd in Europa.

De boomvalk trekt ook ’s nachts maar meestal overdag.

Vrouwtjes trekken in het najaar het eerste weg uit Europa. Mannetjes zijn het eerste terug in Europa.

Afstand van Noord-Europa naar Zuid-Angola: 10.065 Km (vanaf Nederland iets korter)

Aantal trekdagen: 49 (inclusief week rust Elba en een dag rust Algerije)

Grootst gemeten dag-afstand: 740 Km

Trekduur over Sahara: 4 tot 4,5 dagen

Totale vliegafstand in winterkwartier: (allemaal stukjes) ruim 9.000 Km

Landschapsvoorkeur

De boomvalk heeft een voorkeur voor halfopen landschapstypen (dus landschappen waar bossen afgewisseld worden met open plekken).
Kortom: een landschapstype dat vogelsoorten aantrekt, waarop boomvalken jagen (akkervogels, zangvogeltjes, zwaluwen) en dat hem ook gelegenheid geeft om te nestelen op een veilige plaats. Het moet daarnaast voldoende insecten bieden. Dat zijn meestal gebieden met meertjes en rivieren, kraamkamers voor veel insectensoorten, maar niet uitsluitend, want de boomvalk komt ook voor in woestijnachtige, droge omgevingen, waar zijn prooienspectrum bestaat uit grote insecten, reptielen en vogels. Ook in rivierdalen in gebergtes en zelfs op hoogvlakten zijn boomvalken waargenomen. In de Kaukasus zijn jagende boomvalken waargenomen tot 4000 meter hoogte en broedende boomvalken op 2000-3000 meter.

Voorkomen in Nederland en hoe doet de soort het?

Boomvalken zijn schaarse broedvogels. En als ze ergens voorkomen, dan is dat in lage dichtheden, met vaak vele kilometers tussen de verschillende territoria in. Hoewel daar uitzonderingen op zijn, in tijden dat en in gebieden waar het heel goed gaat met de soort (in juni 2020 broedden er bijvoorbeeld boomvalken in drie opeenvolgende hoogspanningsmasten; omgeving Noordoostpolder).

De algemene aanname is dat het niet goed gaat met de boomvalk in Nederland. Maar dat is niet zeker. Wel staat vast dat de meeste hun oorspronkelijke leefgebieden hebben verlaten, zoals de hoge zandgronden en naaldbosgebieden van De Veluwe. Ook in delen van Zeeland, de Kop van Noord-Holland en de waddeneilanden zijn ze weg. In andere delen van Nederland verschijnen juist weer broedgevallen.

Betrouwbaar schatten is moeilijk

Naar schatting komen er in heel Nederland 450-700 broedparen voor (bron: Vogelatlas 2018). Het is moeilijk om die aantallen betrouwbaar te schatten, omdat broedende boomvalken extreem moeilijk te vinden zijn. Dit komt onder andere door de inrichting van de nieuw betrokken gebieden, die bestaat uit uitgestrekt boerenland met losse boomgroepen bij erven, en boomsingels langs (snel)wegen, industrie- en sportterreinen. Kortom: gebieden die te groot zijn om te doorzoeken en waar vogelaars zelden komen. Daar komt bij dat de boomvalken zich steeds stiller en onopvallender zijn gaan gedragen. Wil men ze vinden, dan moet er veel tijd en energie in gestoken worden. Een paar routinematige inventarisatierondes zijn niet genoeg om broedende boomvalken op te sporen.

traditioneel landschapstype boomvalk

Bos-heide: traditioneel boomvalklandschap

hoogspannigsmasten boomvalk

het hedendaagse broedlandschap

Conclusie

Omdat de boomvalk niet vaak wordt gezien, laat staan als broedgeval gevonden, wordt aangenomen dat het niet goed gaat met de soort, maar eigenlijk weten we het niet. Een gerichte en intensieve landelijke zoekactie zou nodig zijn, ook in niet voor de hand liggende gebieden, zoals 'saai' agrarisch land, langs industrieterreinen en zeker in alle hoogspanningstracé's die Nederland rijk is.

jonge boomvalken in hoogspanningsmast

En weet zo'n nest maar te vinden als ze stil zijn...